Pakhuis Santos op Katendrecht in Rotterdam, in 1901-1902 gebouwd naar ontwerp van architecten J.J. Kanters en J.P. Stok in opdracht van Blauwhoedenveem, is een uitzonderlijk voorbeeld van pakhuisarchitectuur uit de tijd dat de Rotterdamse haven in volle opbouw was. De rijk gedetailleerde gevels, de technologisch vooruitstrevende draagstructuur, de heldere hoofdvorm en het eerlijke materiaalgebruik zijn daarbij vrijwel geheel intact gebleven. Het pakhuis was oorspronkelijk bedoeld als eerste gebouw van een reeks pakhuizen op de Pols van Katendrecht — een reeks die nooit is voltooid, waardoor Santos tot op vandaag een vrijstaand volume is gebleven in het midden van de wijk.
Na jarenlange leegstand kreeg WDJARCHITECTEN, samen met Renner Hainke Wirth Zirn Architekten (Hamburg), van stilwerk de opdracht om het monumentale pakhuis zorgvuldig te restaureren en te transformeren tot designwarenhuis, met ruimte voor horeca, co-working en short-stay verblijf. Op het dak zijn twee nieuwe lagen toegevoegd, vormgegeven als een sculpturale kroon die boven het gebouw lijkt te zweven. De nieuwe zesde verdieping biedt plaats aan kantoren en een restaurant, de zevende verdieping aan zestien short-stay appartementen.
Bijzondere monumentale onderdelen zijn intact gebleven en vertellen over het gebruik van het oorspronkelijke pakhuis: de resterende delen van de scheidingswand tussen het gewone pakhuis en het beveiligde entrepot, uitgevoerd in gewapend beton volgens het Hennebique-systeem; de oorspronkelijke trappenhuizen aan de noord- en zuidgevel, met houten trappen, betonnen overlopen, hardstenen wastafels en tegelwerk; en het karakteristieke baaskantoortje — de enige afgesloten ruimte in het pakhuis — integraal behouden en hersteld.
Kern van de transformatie is de nieuwe centrale vide, die het voorheen gesloten en sombere pakhuis opent. Hier verbindt daglicht het monument en de nieuwbouw ruimtelijk met elkaar; via een royale trappartij bewegen bezoekers omhoog door het gebouw. Trappen en vloeropeningen verspringen subtiel, waardoor elke verdieping een eigen karakter krijgt en de nieuwe ingreep duidelijk herkenbaar blijft binnen de oorspronkelijke ritmiek. Daarbij zijn de gietijzeren kolommen en ijzeren balken behouden gebleven, terwijl vloerbalken en vloerbeschot in het hart van het gebouw zijn verwijderd om de vide te realiseren.
Van het oorspronkelijke daklandschap — met lierhuizen, liftopbouw, sheddak, dakkapellen en een uitgebreide naamsvermelding — was nog maar weinig over. De nieuwe kroon herstelt dat idee met een eigentijdse interpretatie: een gevouwen volume waarvan de hoge punten aansluiten op de verticale middenassen van de voormalige lierhuizen, bekleed met een semi-transparante, geperforeerde aluminium huid die dieptewerking geeft aan het silhouet. Oude en nieuwe structuren raken elkaar niet; juist door die fysieke scheiding versterken ze elkaar — alleen de hangende interne trap tussen daksculptuur en atrium vormt een subtiele, bijna symbolische verbinding, een ‘kus’ tussen oud en nieuw. Met de terugliggende gevel van de zesde verdieping is een omloop ontstaan die rondom vrij uitzicht biedt over Rotterdam en de Rijnhaven.
De oorspronkelijke kleurstelling — donkergroen voor luiken en laaddeuren, dieprood voor de gietijzeren constructie en naturel hout voor de balklagen — is zorgvuldig teruggebracht. Nieuwe trappen, kozijnen en stalen constructies zijn duidelijk herkenbaar als hedendaagse toevoegingen, uitgevoerd in warm antracietgrijs.
De massieve gevels zijn niet na-geïsoleerd, om de rauwe, pure uitstraling van het pakhuis te behouden en vochtrisico’s te vermijden; in plaats daarvan zijn houten achterzetkozijnen met isolerende beglazing toegevoegd. De historische laaddeuren en buitenluiken blijven zichtbaar en functioneel in het gevelbeeld. Het gebouw is volledig gasvrij, aangesloten op stadsverwarming en voldoet aan actuele duurzaamheidseisen; vrijgekomen materialen zoals houten balken en bakstenen zijn hergebruikt in het podium en in vrijstaande interieurelementen.
Pakhuis Santos blijft met zijn monumentale uitstraling een krachtige herinnering aan het havenverleden van Katendrecht. Het is opnieuw een baken aan de Rijnhaven: stevig verankerd in het verleden, maar volledig klaar voor nieuw gebruik.